Zeg maar nee, dan krijg je er twee

Vandaag is het 1 mei. Ook wel bekend als de Dag van de Arbeid. Een mooi moment om het te hebben over werkdruk en nee zeggen. En waarom.

Soms zeg ik nee. Overigens doe ik dat zelden, maar toch. Ook als de samenwerkrelatie al langer bestaat zeg ik heel af en toe nee. Gevolgd door sorry. (Ja sorry hoor.) Ik hoop immers dat opdrachtgevers bewust voor mij kiezen, voor mijn signatuur. Een welgemeende verontschuldiging vind ik dan wel op z’n plek.

Een nee dus. Soms komt het zo uit. Klussen vallen wel eens samen, lopen uit en botsen elkaar dan de boot uit. Dan krijg ik het heel even spreekwoordelijk warm en dan weet ik genoeg. Tijdens mijn reclamebureautijd was nee overigens nooit een optie. Een klus werd hooguit vooruitgeschoven. Dan paste ik mijn planning maar aan. Of werkte over. Dan was er druk. Vermoeidheid. Stress. Dat net genoemde warme gevoel.

Busy is the new stupid

De maatschappelijke discussie over werkdruk en druk in het algemeen volg ik graag. De ‘ik heb het lekker druk’-attitude is wat mij betreft het meest efficiënte en achterbakse vernielmodel dat er is. ‘Busy is the new stupid’ las ik onlangs ergens. Vervang ‘stupid’ overigens gerust door ‘pointless’. Het gaat niet alleen over de drukte die je hebt in je werk. Het gaat om zoveel meer. Geloven dat een druk leven een zinvol leven is en dat je daar gelukkig van wordt is de moderne plaag van de Westerse samenleving. Wie niet in staat is om zichzelf te vervelen, brandt zichzelf uiteindelijk op. De gevolgen liggen ziek thuis. Vind ik hè, begrijp me niet verkeerd.

Ik weet en erken dat mijn lichaam en geest regelmatig rust en afschakeling nodig hebben. Ik weet wat torenhoge werkdruk is plus ik heb een ernstige ziekte moeten ervaren. Geen burn-out overigens; doorgaans gezien als de enige muur die een overmatig druk leven weet te stoppen. En als freelancer ervaar ook ik die voortdurend zachtjes broeiende onzekerheid, maar tegelijkertijd neem ik in elke beslissing die ik neem het heft in eigen hand. Dat onbetaalbaar, daar komt kracht uit en overklast de onzekerheid volledig.

Toverwoord

Voor een freelancer is ziek zijn, echt ziek zijn. Alleen tijd is relatief. Is geen tijd hebben, echt geen tijd hebben? En hoe echt is echt? Hoe relatief is dat? Als ik – ik noem maar wat – 20 facturabele uren in de week heb is dat dan veel of niet genoeg? Belangrijk is dat ik mezelf niet over de kop werk. Balans is een toverwoord. Rust, gezin, ontspanning en werk. Dat zijn de vier pilaren die mijn geest dragen. (Verwar ontspanning overigens niet met rust; met ontspanning bedoel ik dingen die ik graag doe buiten mijn werk.)

Wat ik inmiddels weet is dat een goed gemotiveerde sorrynee zelden verkeerd landt. Dat heb ik moeten leren. Ik ben van nature een pleaser. Iemand die alles en iedereen blij wil maken en blij wil houden. Voor een freelancer is dat niet altijd een even handige eigenschap. Maar ik kan me niet anders voordoen dan ik ben.

Ook concentratie heeft een limiet

Een ander sorry, nee-argument is de betekenis van nee voor de kwaliteit van mijn werk. Hoe meer werk ik in een bepaalde periode heb, hoe groter de kans op slordigheden en misperen. Om nog maar te zwijgen van een opdracht die midden in de piek van een andere opdracht terugkomt voor correcties. Dan voel je ‘m wel hoor, die kloppende ader in je nek. Ik weet van mezelf dat ik per dag tot vier uur maximale concentratie in mij heb. Die spreid ik – als het even kan – uit over de dag. Creëren doe ik in de concentratiepieken, corrigeren doe ik in de rest van de tijd.

Marges bewaren dus. En bewaken. De week niet volplannen. Niet werken louter om het werk. Dat geeft mij en mijn opdrachtgever de nodige bewegingsruimte. Mijn werkmarges – lees de bewuste gaten in mijn planning – zijn mijn flexibele schil. Niets mis met een duidelijke deadline, zolang die ‘laat de tekst gerust een nachtje liggen’ ruimte er ook is. Mijn adagium ‘het kan altijd beter’ zie ik daarmee voortdurend bevestigd worden.

Verhalen en verbeelden

En ja ik sla de plank ook wel eens mis. En schat ik de hoeveelheid werk veel te laag in. Of ik overschat mezelf. Dat gebeurt soms nog steeds, na al die jaren. Als ik bijvoorbeeld over een onderwerp schrijf waar ik niks mee heb of vanaf weet en ik in het drijfzand van het jargon terechtkom. Of als de verhalende en verbeeldende kracht van mijn werk nergens ruimte vindt om te kunnen schitteren. Dan ben ik de pisang. Maar zolang ik vasthoud aan de goed beargumenteerde sorry, nee weet ik dat ik ruimte voor mezelf creëer om beter te zijn en beter te worden.

Blog overzicht